Zou je zo met een familielid omgaan, vraag ik me vaak af als ik zie hoe mensen met elkaar omgaan. In de digitale wereld, maar ook steeds vaker op straat. Zou je zo durven denken over iemand die je liefhebt? Nee toch – maar waarom doen we dit dan wel bij mensen die we minder goed kennen?
Ik denk dan aan mensen die in een gevangenis zitten (het is hier geen hotel). Of iemand die om welke reden dan ook in Nederland een beter bestaan denkt op te bouwen (profiteur). Of aan een bekende Nederlander, zoals Joost Klein die het net allemaal anders doet (rare vent).
Afgunst is denk ik een belangrijke reden. We zijn geen gidsland meer waar afwijken van de norm inspirerend is, maar we zijn een land geworden waarbij afwijken van de norm duidt op iemand die het beter heeft dan jezelf. We zijn jaloers geworden op de vrijheid van een ander en niet blij met onze eigen verworven vrijheid.
Ook zijn we verleerd om ons oprecht te verdiepen in een ander. Op school kom je elkaar niet meer tegen. Op datingapps zoekt je direct iemand die bij je past (en niet iemand die de ongemakkelijke vragen stelt) en cultuur schaffen we af want fictie is iets van vroeger. Wij geloven lieven in de werkelijkheid dan dat we ons verdiepen in de beweegredenen van een ander.
Cynisch? Misschien. En daarom is het goed om jezelf altijd de familievraag te stellen. Die persoon waar ik nu abstract over zit na te denken en waar ik een oordeel over heb, zou ik die ook zo beoordelen als ik die persoon intens lief had? En wat is er mis om vanaf nu te doen of ik hen allemaal lief heb – tot het tegendeel is bewezen?