Asfalt

Voor mijn huis voeren machines een fijn uitgewerkte choreografie op. Dansers in oranje hesjes weten hun plek, de belichting is niet subtiel maar wel doelgericht. Het is een feest van rook en kletterend grint. Ik ruik de geur van een tijd waarin het binnenste van de aarde nog stond voor rijkdom en niet voor een CO2-problem.

Naast me staat mijn dochter. Ze heeft haar raam wijd open gedaan en kijkt naar een machine die een laag asfalt uit onze straat freest. De bestuurder toetert als de vrachtauto voor hem – waarin het asfaltgruis terecht moet komen – te snel of te langzaam rijdt.

ā€˜Zo kan ik niet slapen he,ā€™ zegt ze. Ze pakt haar telefoon en begint de voorstelling te filmen. Godzijdank begint de zomervakantie bijna.

Geduld

Mijn pleegkind heeft in het begin van zijn leven geleerd dat wij als volwassenen niet te vertrouwen zijn. Dit vertrouwen krijgen wij pas heel langzaam terug. Hij en wij gaan een groot deel van zijn en ons leven last hebben van wat andere volwassenen hem hebben aangedaan.

Het woord aangedaan klinkt misschien zwaar, toch past het want wij waren er niet toen dat wel nodig is. Er is een reden waarom de meest kind-hatende mensen zorgzaam worden als ze een baby zien. Zorgen wij als volwassenen – om wat voor reden dan ook – niet voor een baby dan gaat er iets goed fout.

Volwassenen zijn niet te vertrouwen en dat krijgen alle volwassenen die hij nu ontmoet keihard terug. Allemaal zullen we heel lang de tijd moet nemen om zijn vertrouwen te krijgen. De voetbaltrainer, de zwemjuf, de juf en meester in de klas. De opgave is niet groot. We moeten wachten tot hij rustig wordt en zichzelf kan zijn.

Ik hoor wel eens dat dit niet normaal is. Dat het niet werkbaar is als een kind de hele tijd langs de kant van het veld staat of weigert om het water in het gaan. Soms doet hij dit een of twee lessen, maar ook wel eens een half jaar. Ons systeem werkt zo niet, we hebben ons hele leven zo ingericht alsof we het hebben over de optimalisatie van het productieproces van een auto. Alsof zorg en onderwijs een lopende band zijn die altijd op hetzelfde tempo draait. De term wachtlijst alleen al. Het budget staat centraal en tijd is geld.

Jammer dan, denk ik. Dat hadden we eerder moeten bedenken. Wij waren het als volwassenen die niet voor hem zorgden. Wij waren het die vergaten hem eten te geven. Bij ons was hij niet veilig. Natuurlijk was een goede knuffel en en een boterham op zijn tijd voor iedereen beter geweest, maar dat is niet gebeurd en hij kan hier niets aan doen. Wij wel.

Wat overblijft is niets dan geduld. We draaien de band lekker op het tempo dat hij aangeeft, en dan komt het allemaal helemaal goed. Stapje voor stapje haalt hij uiteindelijk iedereen in.

Snuffie

Wij hadden thuis geen dieren. Ik loop met een stijf konijn op de spade naar de groene bak. Haar zusje loopt rondjes in de ren. Ze was nog te jong en gisteren liep ze nog vrolijk rond. Het is erg heet. Ik zie dat er veel dodelijke vliegen in de tuin zijn. Zouden we het hok vaak genoeg schoon hebben gemaakt? Hadden we haar niet moeten inenten tegen iets?

Dadelijk komt mijn dochter (7) thuis van een vakantietrip. Het konijn van mijn zoon leeft nog. Ik weet niet hoe dat is, een kind zijn en een dood huisdier hebben. Ze zal wel huilen. Ik hoop dat ze in een konijnenhemel gelooft.

Fruit gooien

We hebben onze kinderen (5 en 7) met nieuwsgierigheid opgevoed.

Ik hoorde ze net lachen in de keuken. Op de grond lag een platte mandarijn, op het glas van de deur zat een krachtige klodder vruchtvlees. Er lag ook nog een appel in twee stukken op de grond.Ā ‘Dit is leuk’, gilden ze.

Ik gaf ze een doekje.