De bus

Ik stap de bus in. Achterin.
‘Dat mag niet’ zegt een vrouw met hennarood haar. Ze kijkt me pinnig aan – ze is vast vroeger links geweest.
‘Oh’ zegt ze dan en kijkt naar mijn dochter. Dan mag het van haar.
Bliep zeg de OV-chipkaart.
‘Wat een mooi koppie’ zegt ze dan en doet een poging tot lachen. Haar gezicht is in haar leven anders gestold.
‘Heeft ze het niet te koud’ zegt ze dan. Ik schud van niet.
Bliep zegt de ov-chip.
Weg is de vrouw.

Posted in Column, Proza | Tagged , , , , , | Comments Off