Is corona vooruitgang?

In een normale wereld is het een teken van vooruitgang als mensen constant de regels ter discussie stellen. Was dit in het verleden niet gedaan, dan hadden we nu geen vrouwenkiesrecht of een homohuwelijk. Vooruitgang en verbetering van de beschaving kan niet zonder het ter discussie stellen van de status quo. Dit moet doorgaan, zeker in een land dat al jaren ten onder gaat aan nieuwe burgerlijkheid en vertrutting.

En dan komt corona. Er wordt een moreel beroep gedaan op onze eigen verantwoordelijkheid. We moeten thuis blijven zitten, opa en oma met rust laten en voor vrijgezellen geldt het celibaat. Mensen met hooikoorts gaan polsbandjes dragen vanwege de niesschaamte. Je hebt mensen die krampachtig afstand houden. Je hebt mensen die zich er geen reet van aantrekken. Ondertussen hebben steeds meer BOA’s hun handen er vol aan. Er worden meer dan duizenden pittige bekeuringen uitgeschreven. Zouden dat allemaal hufters zijn? Het op 1,45 meter van een ander lopen is asociaal geworden. Net zo asociaal als de vrouw vroeger was toen ze haar huishoudelijke taken verzaakte? Of is het een regel die boven alles verheven is vanwege onze volksgezondheid?

Het voelt allemaal erg ongemakkelijk. Misschien voelt het zo als je land in oorlog is? Ik heb er geen oordeel over, maar mensen zijn bang voor iets dat ze niet onder controle hebben en iedereen gaat hier op een andere manier mee om. Het gevoel dat we in ons bestaan bedreigt wordt is nieuw voor bijna iedereen die nu in Nederland woont. Is degene die voorzichtig doet de held? Of juist diegene die als eerste zijn huis uit komt? En wat geldt dan voor mensen die anderen er op wijzen dat ze niet voorzichtig genoeg zijn?

Natuurlijk blijf ik rustig, maar ik vind ook dat we kritisch naar onszelf moeten kijken. Natuurlijk is het nu nodig, al is het maar omdat de democratisch door ons gekozen volksvertegenwoordiging er mee instemt, maar de vraag is voor hoe lang. Ik hoop wel dat het snel voorbij is. Dat we snel weer zelf over ons leven mogen gaan en dat we niet voor eeuwig opgescheept zitten met een overdosis aan handhaving en controle. Mijn vrijheid is mij veel waard, misschien in zekere mate wel meer dan de volksgezondheid.

Groen Links, marketing en narratieven

Eind vorig jaar was ik met een vriend bij een bijeenkomst van Groen Links. Nou zie ik mijzelf als politiek vrijgezel en geniet ik als ex-raadslid voor D66 van die ruimte. Het voelt desondanks onwennig om bij Groen Links in de zaal te staan, alsof ik er bij moet horen. Dit zijn toch die mensen die het beste met de wereld voor hebben, maar dit vaak door een overdreven hoeveelheid geitenwollensokkenfanatisme weer weten te verpesten?

Normaal drink ik in deze poptempel bier en luister ik naar muziek. Nu kijken we naar filmpjes over de natuur die naar de klote gaat door stikstof, godzijdank nog wel met een biertje. De stand van de natuur is een ongemakkelijke waarheid waar je mij inhoudelijk niet van hoeft te overtuigen. Toch begint het me al snel te jeuken als het inhoudelijk verhaal verandert naar het politieke handwerk. Concreet: wordt het vliegverkeer in de discussie meegenomen omdat we nu eenmaal niet alle lasten van de stikstof bij de boeren neer kunnen leggen. Dergelijk pragmatisch omgaan met de feiten maakt dat ik me niet alleen politiek vrijgezel voel, maar apolitiek. Wees dan eerlijk. Zeg dan dat je al sinds de jaren zestig tegen vliegen bent en dat de stikstofcrisis je een goede gelegenheid lijkt om dit aan te pakken.

Overigens ben ik het inhoudelijk helemaal met Groen Links eens, dat is niet het punt. We vliegen te veel en gebruiken te weinig het spoor dat er in heel Europa al ligt (daarbij ondersteund door een scheef belastingvoordeel op kerosine), maar je moet het gesprek wel eerlijk voeren en niet Tetris spelen met argumenten als het je uitkomt. De waarheid is al ingewikkeld genoeg.

Op het podium staat Jesse Klaver: een handige jongen en een lopende marketingmachine. Weer bekruipt me een vervelend gevoel, hoewel hij inhoudelijk allemaal dingen zegt die kloppen. Dit gevoel blijft als hij in gesprek gaat met iemand vanuit de aannemerij die boos is over de aanpak van stikstof en PFAS. Ze wisselen gedachten uit. Zij zullen elkaar nooit overtuigen, al is het maar omdat ze allebei op een andere manier hun brood verdienen. Tussentijds is overigens ook de vrouw van deze aannemer boos opgestaan om aandacht te vragen voor de plastic bekers die in deze poptempel gebruikt worden. Dit lijkt misschien een onschuldig incident, maar ik kom er echt later op terug.

Even terug naar mijn rotgevoel dat wordt ingegeven doordat niet meer de inhoud van het debat centraal staat, maar het vermarkten van een beweging of een gevoel. Het gevoel is: wij gaan de natuur redden voor onze kinderen. Net als bij de goede oude kerk vroeger of bij de grote merken in Nederland vandaag wordt dit hoger doel onder alle uitingen (of het nu een advertentie is of de opgerolde mouwtjes van Klaver) gelegd en met die middelenmix gaat men de potentiële kiezers benaderen. En om eerlijk te zijn geeft dit ook mij een lekker gevoel. Het geeft me een beter gevoel dan de harde waarheid, namelijk dat we voor een groot deel van de milieumaatregelen veel te laat zijn. Het is de hamburger van McDonalds die er altijd in de advertentie stukken beter uit ziet dan als je op het punt staat er een hap uit te nemen.

En wat een mooi rond einde zie je nu aankomen voor dit stukje. Betrokken schrijver wordt politiek geëngageerd en is kritisch op de wijze waarop de politieke boodschap aan de man wordt gebracht, terwijl hij in de inleiding ook gewag maakt van een allergie voor geitenwollensokkenfanatisme van de betreffende partij.

Maar gelukkig gaat dit verhaal niet over politiek. Dit verhaal gaat verder. Is het inmiddels niet zo, dat door deze vermarketisering van de wereld we minder goed kunnen vertrouwen op de zuiverheid van onze eigen intenties? Ik heb soms het idee dat mensen denken dat je iets doet, omdat je nu eenmaal een bepaald effect wilt bereiken. Nou hoef ik me er niets aan gelegen te laten hoe anderen denken, maar ik heb het idee dat ook die onderliggende gedachtewereld vervlakt. We zien iemand steeds minder als een individu, maar steeds meer als iemand die volgens voorspelbare paden (noem het algoritmes) opereert.

Ik worstel hier ook mee als schrijver. Schrijf ik om een effect op mezelf te hebben (ik vind het prettig om over iets te schrijven of heb zin om mij ergens in te verdiepen), of schrijf ik omdat het verhaal het nodig heeft? Hoe de lezer een verhaal invult is dan weer afhankelijk van die lezer. Ik hoef als schrijver natuurlijk niet in het levensbeeld van die lezer mee te gaan, maar ik moet er wel rekening mee houden. Je wilt per slot van rekening niet clichématig zijn, maar ook niet onnavolgbaar. Ik zal jullie als lezer in de volgende alinea’s (als jullie al niet afhaakt zijn) daarom maar eens maximaal uitproberen.

Interessant vind ik in relatie tot dit debat van vermarketing en intenties de ontwikkeling in 2019 rondom reallife televisie. Het concept was al sinds Big Brother bekend: je stop een aantal mensen (karakters) in een huis en wacht wat er gebeurt. Dat was toen al saai, maar is inmiddels ook commercieel niet meer interessant, dus je gaat de boel een beetje sturen waardoor het conflict (met als ultieme variant seks tussen een aantal karakters) ontstaat in het huis. Het wachten was op het moment waarop de karakters een moreel acceptabele grens zouden overschrijden. Geheel conform trend gaan we niet het debat aan, maar halen we het programma van de buis. Adverteerders houden niet van discussie, maar willen en beeld uitdragen.

In ditzelfde verband heb ik het afgelopen jaar veel gehad aan schrijver Ton Rozeman. Hij gebruikt de theorie van narratieven. Zijn stelling is dat elk personage, maar ook de schrijver zelf een verhaal heeft dat hij vertelt. Ik ben een schrijver en ambtenaar en loop al jaren te dubben over de volgorde van beide woorden. Het ene is stoerder, het andere is realistischer. Maar kern van het verhaal is dat ik mezelf schrijver noem. Denk hierbij even terug aan het narratief van de mensen in die reallifesoap. Ze zijn vaak bezig om rapper, DJ of model te worden (en zelden ambtenaar ). Als ze hiervoor een keer met een medebewoner moeten ketsen, is dat een bijzaak. En dan het narratief van Jesse Klaver. Ik denk dat hij heel helder heeft dat hij een beweging op wil zetten met als doel om het land voor de toekomst bewaard te krijgen (en van hemzelf een legende te maken). De man vanuit de aannemerij werkt hard en doet zijn best om zijn kleine onderneming in de lucht te houden (en lekker te kunnen leven). De kern van het narratief is volgens mij dat het zelden een realistisch beeld geeft van wat er daadwerkelijk gebeurt.

Al deze narratieven kunnen naast elkaar bestaan en een mooi verhaal opleveren. Denk aan de vreemdganger die het logisch vindt dat hij de secretaresse versiert, omdat zijn vrouw niet meer naar hem omkijkt. Denk aan de bedrogen vrouw die een rustige basis nodig heeft, omdat de kinderen elke avond willen dat zij hen in bed stopt. Denk aan de secretaresse die gewoon eens wil weten hoe het is met de baas. Omdat hij zo’n zorgzaam type lijkt. Mooie verhalen varen er wel bij als de spanning die er is niet wordt ingelost. In mooie verhalen blijven de narratieven van mensen bestaan, schuren ze langs elkaar en gaan de personages er op hun eigen manier aan ten onder. Conflict is de basis voor drama.

De realiteit is er bij gediend dat al deze verhalen gehoord worden en dat de personen proberen elkaar te begrijpen. Ze hoeven daarmee niet elkaars narratief over te gaan nemen, maar bewustwording over dat je bezig bent om jezelf een verhaal te vertellen is al heel wat waard. En juist daarin is marketing de storende factor. Er wordt ons een narratief opgedrongen, waarin wij ons prettig moeten gaan voelen. Het doet daarmee onrecht aan al die verhalen die wij voor onszelf vertellen, om enerzijds vegetarisch te leven, maar toch drie keer per jaar te vliegen. Het doet onrecht aan alle nuances van mensen die hun best doen om het goed te doen, maar daar niet in slagen.

En daarmee zijn we weer bij mijn bezwaar bij veel idealistische partijen (en ook religies) namelijk dat er een manier van leven opgedrongen wordt aan iedereen. Jij mag niet vliegen, jij mag geen vlees eten, jij mag niet seks met iemand hebben voor het huwelijk, je mag niet vloeken, je mag dit en moet dat. Ik vindt de intentie erachter en de bereidheid om hierover het gesprek aan te gaan belangrijker dan of de poging slaagt. Dan sta je dus op en zeur je over een plastic beker in de concertzaal van Jesse Klaver omdat je denkt dat je daarmee een groep groene milieufreaks kan raken. Plastic is namelijk slecht, altijd en overal. Maar daar gaat het niet om: de poging is veel belangrijker dan het resultaat.

Wat mij betreft is er ruimte voor het verhaal van iedereen en proberen we in Nederland zo samen te leven dat we hierbij elkaar niet in de weg zitten, maar elkaar wel stimuleren om het goede te doen. Dat betekent dat mensen mogen leven hoe ze willen en dat we samen proberen het beter te doen. Daar past niet bij dat we elkaar de hele tijd de maat proberen te nemen. Daar past ook geen onverschilligheid bij.

Meer lezen over narratieven? Kijk op de website van Ton Rozeman, www.narratieven.nl.