De taal is onschuldig

Er worden woorden van me afgenomen en daar baal ik van. Woorden mogen niet meer gebruikt worden omdat ze besmet zijn. Ze verdwijnen uit beeld omdat mensen er beelden bij hebben die hen kwetsen. Ik snap die gevoelens, maar de woorden kunnen hier niets aan doen. De taal is onschuldig en moet verdedigd worden.

Ik hou er van om woorden te gebruiken die iets oproepen en wat dit is kan verschillen per ontvanger. Ik weet nog dat ik tijdens een poëzieles leerde dat het woord rood het beeld van liefde en warmte op kan roepen, maar ook van bloed en daarmee de dood. Het hangt er maar net vanaf welke woordbeeld iemand er bij heeft.

Een inspiratiebron in de zoektocht naar taalrijkdom is voor mij het ‘Woordenboek van het Algemeen Onbeschaafd Nederlands’ dat Ronald Giphart heeft samengesteld. Hierin staan scheldwoorden als eigenpijperij, oelewapper en vestzakneukertje gebroederlijk naast elkaar. Het is een ode aan de rijkdom van onze taal en vooral ook de creativiteit van de gebruikers ervan. Dat is toch fantastisch?

Nou zijn we natuurlijk steeds saaier aan het worden. Je merkt dat daardoor de politieke correctheid de taal doorsnijdt en littekens achter laat. Het niet kwetsen van anderen is belangrijker dan het geven van een zinnige opinie. Een simpel voorbeeld is het woord ‘nigger’ in Amerika. Je mag het woord niet gebruiken (als wit persoon) of je raakt je baan als voetbalcoach kwijt. In Nederland is het met het woord ‘neger’ niet anders. Dit is natuurlijk symptoombestrijding en leidt af van het echte probleem. Het gaat niet om welk woord je gebruikt, maar om de intentie waarmee je het uitspreekt. Vaak is een woord een tijd met de verkeerde bedoeling gebruikt en gaat het daarna de prullenbak in. Prettig: dan hoeven we het er niet meer over te hebben.

Laat ik een andere woord pakken: dame. Je kan dat gebruiken met de intentie van respect: dat is een echte dame, maar je kan hem ook erg seksistisch gebruiken: ‘Dames: hou eens op met dat hysterische gekwebbel.’ Laten we het woord niet afdanken door de valse manier waarmee mensen er mee omspringen.

Bij alles wat ik over dit onderwerp schrijf loop ik op eieren. En dat terwijl ik het belangrijk vind om juist constant mezelf te confronteren met mijn eigen vooroordelen en onzuivere gedachten. Want – daar moeten we eerlijk in zijn – iedereen heeft gedachten die discriminerend, seksistisch of kwetsend voor anderen kunnen zijn. De extraverten uitten ze, de introverten denken ze. Dat is menselijk. Wie zegt ze niet te hebben moeten we wantrouwen.

De taal is onschuldig en kan zich niet verdedigen. Er verdwijnen nu met enige regelmaat woorden in de doofpot. Denk aan ‘neger’, ‘homo’, ‘flikker’, ‘slet’ en ga zo maar door. Je kan de woorden niet meer gebruiken zonder dat daardoor het beeld op je afstraalt dat je een fout persoon bent. Dat je onzuivere gedachten hebt waar via een woke-beweging strijd tegen nodig is.

Dat taal vaak gebruikt wordt om mensen pijn te doen is zonde. Dat mensen gekwetst worden is zonde. Dat mensen elkaar pijn willen doen is zonde. Maar dat er daardoor woorden verdwijnen uit onze taal en het echte gesprek stopt, dan is een drama.

Het is rustig

Het is al dagen rustig onder de aanvliegroute van een van de drukste banen van Schiphol. Ik heb me er nooit aan gestoord en nu begin ik het geluid bijna te missen. Ook de drukke uitvalsweg van ons dorp, die voor de deur van mijn woning loopt, is erg rustig. Minder fietsers, minder busjes en zelfs minder ambulances en politieauto’s. Op ongeveer een kilometer van mijn huis loopt een van de drukkere spoorwegen van Nederland: ik hoor de treinen nauwelijks meer rijden.
De natuur lijkt diep adem te halen en de lucht is schoner hij in jaren is geweest. Mensen doen ineens of ze aardiger zijn voor elkaar, ze doen alsof ze om elkaar geven. We danken God voor het internet en spitten onze tuin nog een extra keer om.
Ondertussen verliezen mensen hun banen omdat wij al die dingen niet meer doen die eigenlijk niet nodig zijn, maar het leven wel waarde geven. De sociale dingen, die vaak gekoppeld zijn aan het innemen van drank of eten. We willen een muur van immuniteit rond onze ouderen bouwen. Een muur waarvan niemand de eerste steen wil zijn. Wij zien ook de beelden van mensen die op hun buik in IC-bedden liggen terwijl ze beademd worden. In andere landen zingen mensen de ziekte de stad uit, in Nederland klappen we voor de zorgverleners die nog steeds te weinig verdienen. Ze verdienen te weinig, omdat wij liever geld aan een lekker etentje uitgeven, dan aan het betalen van belasting.

Groen Links, marketing en narratieven

Eind vorig jaar was ik met een vriend bij een bijeenkomst van Groen Links. Nou zie ik mijzelf als politiek vrijgezel en geniet ik als ex-raadslid voor D66 van die ruimte. Het voelt desondanks onwennig om bij Groen Links in de zaal te staan, alsof ik er bij moet horen. Dit zijn toch die mensen die het beste met de wereld voor hebben, maar dit vaak door een overdreven hoeveelheid geitenwollensokkenfanatisme weer weten te verpesten?

Normaal drink ik in deze poptempel bier en luister ik naar muziek. Nu kijken we naar filmpjes over de natuur die naar de klote gaat door stikstof, godzijdank nog wel met een biertje. De stand van de natuur is een ongemakkelijke waarheid waar je mij inhoudelijk niet van hoeft te overtuigen. Toch begint het me al snel te jeuken als het inhoudelijk verhaal verandert naar het politieke handwerk. Concreet: wordt het vliegverkeer in de discussie meegenomen omdat we nu eenmaal niet alle lasten van de stikstof bij de boeren neer kunnen leggen. Dergelijk pragmatisch omgaan met de feiten maakt dat ik me niet alleen politiek vrijgezel voel, maar apolitiek. Wees dan eerlijk. Zeg dan dat je al sinds de jaren zestig tegen vliegen bent en dat de stikstofcrisis je een goede gelegenheid lijkt om dit aan te pakken.

Overigens ben ik het inhoudelijk helemaal met Groen Links eens, dat is niet het punt. We vliegen te veel en gebruiken te weinig het spoor dat er in heel Europa al ligt (daarbij ondersteund door een scheef belastingvoordeel op kerosine), maar je moet het gesprek wel eerlijk voeren en niet Tetris spelen met argumenten als het je uitkomt. De waarheid is al ingewikkeld genoeg.

Op het podium staat Jesse Klaver: een handige jongen en een lopende marketingmachine. Weer bekruipt me een vervelend gevoel, hoewel hij inhoudelijk allemaal dingen zegt die kloppen. Dit gevoel blijft als hij in gesprek gaat met iemand vanuit de aannemerij die boos is over de aanpak van stikstof en PFAS. Ze wisselen gedachten uit. Zij zullen elkaar nooit overtuigen, al is het maar omdat ze allebei op een andere manier hun brood verdienen. Tussentijds is overigens ook de vrouw van deze aannemer boos opgestaan om aandacht te vragen voor de plastic bekers die in deze poptempel gebruikt worden. Dit lijkt misschien een onschuldig incident, maar ik kom er echt later op terug.

Even terug naar mijn rotgevoel dat wordt ingegeven doordat niet meer de inhoud van het debat centraal staat, maar het vermarkten van een beweging of een gevoel. Het gevoel is: wij gaan de natuur redden voor onze kinderen. Net als bij de goede oude kerk vroeger of bij de grote merken in Nederland vandaag wordt dit hoger doel onder alle uitingen (of het nu een advertentie is of de opgerolde mouwtjes van Klaver) gelegd en met die middelenmix gaat men de potentiële kiezers benaderen. En om eerlijk te zijn geeft dit ook mij een lekker gevoel. Het geeft me een beter gevoel dan de harde waarheid, namelijk dat we voor een groot deel van de milieumaatregelen veel te laat zijn. Het is de hamburger van McDonalds die er altijd in de advertentie stukken beter uit ziet dan als je op het punt staat er een hap uit te nemen.

En wat een mooi rond einde zie je nu aankomen voor dit stukje. Betrokken schrijver wordt politiek geëngageerd en is kritisch op de wijze waarop de politieke boodschap aan de man wordt gebracht, terwijl hij in de inleiding ook gewag maakt van een allergie voor geitenwollensokkenfanatisme van de betreffende partij.

Maar gelukkig gaat dit verhaal niet over politiek. Dit verhaal gaat verder. Is het inmiddels niet zo, dat door deze vermarketisering van de wereld we minder goed kunnen vertrouwen op de zuiverheid van onze eigen intenties? Ik heb soms het idee dat mensen denken dat je iets doet, omdat je nu eenmaal een bepaald effect wilt bereiken. Nou hoef ik me er niets aan gelegen te laten hoe anderen denken, maar ik heb het idee dat ook die onderliggende gedachtewereld vervlakt. We zien iemand steeds minder als een individu, maar steeds meer als iemand die volgens voorspelbare paden (noem het algoritmes) opereert.

Ik worstel hier ook mee als schrijver. Schrijf ik om een effect op mezelf te hebben (ik vind het prettig om over iets te schrijven of heb zin om mij ergens in te verdiepen), of schrijf ik omdat het verhaal het nodig heeft? Hoe de lezer een verhaal invult is dan weer afhankelijk van die lezer. Ik hoef als schrijver natuurlijk niet in het levensbeeld van die lezer mee te gaan, maar ik moet er wel rekening mee houden. Je wilt per slot van rekening niet clichématig zijn, maar ook niet onnavolgbaar. Ik zal jullie als lezer in de volgende alinea’s (als jullie al niet afhaakt zijn) daarom maar eens maximaal uitproberen.

Interessant vind ik in relatie tot dit debat van vermarketing en intenties de ontwikkeling in 2019 rondom reallife televisie. Het concept was al sinds Big Brother bekend: je stop een aantal mensen (karakters) in een huis en wacht wat er gebeurt. Dat was toen al saai, maar is inmiddels ook commercieel niet meer interessant, dus je gaat de boel een beetje sturen waardoor het conflict (met als ultieme variant seks tussen een aantal karakters) ontstaat in het huis. Het wachten was op het moment waarop de karakters een moreel acceptabele grens zouden overschrijden. Geheel conform trend gaan we niet het debat aan, maar halen we het programma van de buis. Adverteerders houden niet van discussie, maar willen en beeld uitdragen.

In ditzelfde verband heb ik het afgelopen jaar veel gehad aan schrijver Ton Rozeman. Hij gebruikt de theorie van narratieven. Zijn stelling is dat elk personage, maar ook de schrijver zelf een verhaal heeft dat hij vertelt. Ik ben een schrijver en ambtenaar en loop al jaren te dubben over de volgorde van beide woorden. Het ene is stoerder, het andere is realistischer. Maar kern van het verhaal is dat ik mezelf schrijver noem. Denk hierbij even terug aan het narratief van de mensen in die reallifesoap. Ze zijn vaak bezig om rapper, DJ of model te worden (en zelden ambtenaar ). Als ze hiervoor een keer met een medebewoner moeten ketsen, is dat een bijzaak. En dan het narratief van Jesse Klaver. Ik denk dat hij heel helder heeft dat hij een beweging op wil zetten met als doel om het land voor de toekomst bewaard te krijgen (en van hemzelf een legende te maken). De man vanuit de aannemerij werkt hard en doet zijn best om zijn kleine onderneming in de lucht te houden (en lekker te kunnen leven). De kern van het narratief is volgens mij dat het zelden een realistisch beeld geeft van wat er daadwerkelijk gebeurt.

Al deze narratieven kunnen naast elkaar bestaan en een mooi verhaal opleveren. Denk aan de vreemdganger die het logisch vindt dat hij de secretaresse versiert, omdat zijn vrouw niet meer naar hem omkijkt. Denk aan de bedrogen vrouw die een rustige basis nodig heeft, omdat de kinderen elke avond willen dat zij hen in bed stopt. Denk aan de secretaresse die gewoon eens wil weten hoe het is met de baas. Omdat hij zo’n zorgzaam type lijkt. Mooie verhalen varen er wel bij als de spanning die er is niet wordt ingelost. In mooie verhalen blijven de narratieven van mensen bestaan, schuren ze langs elkaar en gaan de personages er op hun eigen manier aan ten onder. Conflict is de basis voor drama.

De realiteit is er bij gediend dat al deze verhalen gehoord worden en dat de personen proberen elkaar te begrijpen. Ze hoeven daarmee niet elkaars narratief over te gaan nemen, maar bewustwording over dat je bezig bent om jezelf een verhaal te vertellen is al heel wat waard. En juist daarin is marketing de storende factor. Er wordt ons een narratief opgedrongen, waarin wij ons prettig moeten gaan voelen. Het doet daarmee onrecht aan al die verhalen die wij voor onszelf vertellen, om enerzijds vegetarisch te leven, maar toch drie keer per jaar te vliegen. Het doet onrecht aan alle nuances van mensen die hun best doen om het goed te doen, maar daar niet in slagen.

En daarmee zijn we weer bij mijn bezwaar bij veel idealistische partijen (en ook religies) namelijk dat er een manier van leven opgedrongen wordt aan iedereen. Jij mag niet vliegen, jij mag geen vlees eten, jij mag niet seks met iemand hebben voor het huwelijk, je mag niet vloeken, je mag dit en moet dat. Ik vindt de intentie erachter en de bereidheid om hierover het gesprek aan te gaan belangrijker dan of de poging slaagt. Dan sta je dus op en zeur je over een plastic beker in de concertzaal van Jesse Klaver omdat je denkt dat je daarmee een groep groene milieufreaks kan raken. Plastic is namelijk slecht, altijd en overal. Maar daar gaat het niet om: de poging is veel belangrijker dan het resultaat.

Wat mij betreft is er ruimte voor het verhaal van iedereen en proberen we in Nederland zo samen te leven dat we hierbij elkaar niet in de weg zitten, maar elkaar wel stimuleren om het goede te doen. Dat betekent dat mensen mogen leven hoe ze willen en dat we samen proberen het beter te doen. Daar past niet bij dat we elkaar de hele tijd de maat proberen te nemen. Daar past ook geen onverschilligheid bij.

Meer lezen over narratieven? Kijk op de website van Ton Rozeman, www.narratieven.nl.