Als mens moet je jezelf verdiepen in andere denkbeelden. Als je bang bent voor nieuwe inzichten, is het een kleine stap naar de valkuil van xenofobie. Daar waak ik voor. Ook al geloof je al heel je leven dat je geen tomaten lust, als je het niet af en toe probeert blijft dit ook zo. Dat is een mooie theorie, maar de praktijk is weerbarstig. Met dit in mijn achterhoofd las ik deze zomer het boek ‘Liefde in meervoud’. Dit is het handboek voor polyamorie, geschreven door Belle van Beek die zelf ook liefheeft in meervoud en hier smaakvol over vertelt.
Van nature krijg ik jeuk voor dit soort zelfhulpboeken. Er worden meestal veel te veel woorden gebruikt en dit type boeken doen me vaak denken aan de preek vroeger, in de kerk. ‘Liefde in meervoud’ is echter vooral heel wijs en sociaal intelligent. Dat is echt een verademing in deze tijd van sociale verarming. Het zit ramvol tips tips die je in je eigen leven en relaties met anderen kan gebruiken. Ik ben ervan overtuigd geraakt dat het belangrijk is (en ook moeilijk) om in je contacten naar anderen altijd open te zijn en je constant bewust te zijn van je van eigen emoties en behoeften. Het klinkt simpel maar zoals bij veel van dit soort universele waarden zit de uitdaging in de uitvoering.
En tot slot heeft het boek me op sociologisch niveau de overtuiging gegeven dat non-monogamie een logische volgende stap is in onze maatschappij. Eerst was er levenslange monogamie, toen seriële monogamie en uiteindelijk wordt dit het. Tegelijk vraagt dit van ons als mensen wel dat we meer tijd vrijmaken voor elkaar en voor het vormgeven van relaties. En hier is juist de laatste jaren een gebrek aan ontstaan. Een meerderheid van de mensen is vooral bezig met het eigen belang. Individualisering is beroepsziekte nummer een. Het zou mooi zijn als hier ooit een andere balans in komt. Dan zien we vanuit daar wel verder en kijk ik vanuit die situatie ook weer verder wat ik zelf met de punten uit het boek ga doen.
Categorie: boekrecensie
De strijd van Knausgård
Het is vakantie en ik stort me weer eens op de cyclus Mijn Strijd van Karl Ove Knausgård. Het vijfde deel (Schrijver) bevalt me tot nu toe het best. Niet alleen omdat het aangenaam is om met de destructieve Knausgård in een verhaal rond te dolen, maar bij dit deel is het ook de inhoud van het verhaal die me raakt.
Het brengt me terug naar de fantastische tijd aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. De sadomasochistische ervaring van het constant krijgen van scherpe feedback. Elke keer die pijn die je goed moet blijven pakken. Ik maakte elke week te kleine stapjes om te zien dat ik echt beter werd.
En dan was het steeds weer zoeken naar diepgang, wat dat ook moge zijn. Dan komt ook de twijfel of je zelf wel diepgang hebt als persoon. Gaat het bij schrijven om diepgang of om een gevestigde orde die bepaalt wat goed is? Ik weet het nog steeds niet.
Het maken van drama blijft een rare activiteit. In het echte leven overleef je door problemen op te lossen, in verhalen moeten die problemen zo lang mogelijk blijven bestaan. Dat is een strijd die ik altijd tijdens mijn schrijven zal blijven voeren.
Knausgård is er gekomen en Mijn Strijd is in ieder geval een prachtige cyclus geworden. Ik zie er diepgang in.