Grijze koppen en een enkele vrouw

Twee medewerkers van de afdeling Communicatie zitten naast elkaar in de kantoortuin. De ene heeft met een permanente marker de anderhalve meter uitgetekend door een streep te zetten op het bureau. Ze is gelukkig altijd vroeg op haar werk.
Haar collega blaft: ‘Kijk, dan zoek ik op Directeur Generaal en krijg geen bal. Leuk hoor zo’n beeldbank, maar als hij het niet doet.’ Ze pakt het papieren bekertje koffie op en neemt een flinke slok. Ze is gehaast en de koffie spat in fijne druppels op haar blauwe jurk.
Haar collega kijkt op haar scherm. ‘He? Wacht. Als ik zoek op directeur-generaal krijg ik deze uitkomst.’ Ze draait haar monitor en laat een hoop grijze hoofden zien. Er zit ook een enkele vrouw tussen.
‘He, die hoofdletter zou toch geen donder moeten uitmaken? Wacht.’ Ze zet haar koffie op de zwarte lijn, zucht omstandig en typt ongeduldig de woorden in. ‘Niets. Zou het komen omdat ik extern ben of zo?’
‘Wacht ik probeer het ook even met een hoofdletter, hoewel dat natuurlijk niet correct is. Dit soort dingen staan in de werkinstructie die ik je net gestuurd heb. Zonder hoofdletter.’ Ze draait het scherm en glimlacht tevreden: weer grijze koppen en een enkele vrouw.
‘Wacht ik ga die werkinstructie wel weer lezen. Het is wel stom al die bureaucratie. Ik blijf dan toch een ondernemer he, maar de crisis.’

Na een half uur probeert ze het nog een keer. ‘Kijk, het is me gelukt!’ Ze draait het scherm naar haar collega.
De collega glimlacht: ‘Ja, het streepje he. Dat maakt dus wel degelijk iets uit.’

Het is rustig

Het is al dagen rustig onder de aanvliegroute van een van de drukste banen van Schiphol. Ik heb me er nooit aan gestoord en nu begin ik het geluid bijna te missen. Ook de drukke uitvalsweg van ons dorp, die voor de deur van mijn woning loopt, is erg rustig. Minder fietsers, minder busjes en zelfs minder ambulances en politieauto’s. Op ongeveer een kilometer van mijn huis loopt een van de drukkere spoorwegen van Nederland: ik hoor de treinen nauwelijks meer rijden.
De natuur lijkt diep adem te halen en de lucht is schoner hij in jaren is geweest. Mensen doen ineens of ze aardiger zijn voor elkaar, ze doen alsof ze om elkaar geven. We danken God voor het internet en spitten onze tuin nog een extra keer om.
Ondertussen verliezen mensen hun banen omdat wij al die dingen niet meer doen die eigenlijk niet nodig zijn, maar het leven wel waarde geven. De sociale dingen, die vaak gekoppeld zijn aan het innemen van drank of eten. We willen een muur van immuniteit rond onze ouderen bouwen. Een muur waarvan niemand de eerste steen wil zijn. Wij zien ook de beelden van mensen die op hun buik in IC-bedden liggen terwijl ze beademd worden. In andere landen zingen mensen de ziekte de stad uit, in Nederland klappen we voor de zorgverleners die nog steeds te weinig verdienen. Ze verdienen te weinig, omdat wij liever geld aan een lekker etentje uitgeven, dan aan het betalen van belasting.